Wonen in de stad betekent alles dichtbij, maar ook weinig vierkante meters, buren aan alle kanten en een fiets die je drie trappen op moet tillen. Wie het slim aanpakt, haalt verrassend veel uit een kleine plek.
De meeste winst zit in de hoogte. Kasten tot aan het plafond, een bed met opbergruimte eronder en haken achter elke deur leveren meer op dan een duur opbergsysteem. Meubels met een dubbele functie helpen ook: een eettafel die als werkplek dient, een bank waar gasten op kunnen slapen. Lichte kleuren en een grote spiegel tegenover het raam laten een kamer ruimer lijken dan hij is.
Een balkon van twee bij een is genoeg voor kruiden, een tomatenplant en een stoel. Kies potten die aan de reling hangen, dan blijft de vloer vrij. Wie geen buitenruimte heeft, kan in veel steden een geveltuintje aanleggen: een smalle strook langs de gevel waar de gemeente vaak zelfs bij helpt.
Stadsleven wordt een stuk aangenamer als je de stad zelf als woonkamer, tuin en gereedschapsschuur gaat zien.